Logo
Ankerstraat 1
4231 AA
Tel. 06-36 42 28 28.
Fax. 06-36 42 28 28
Email: info@ccms.nl
Bedrijf Bedrijf
Blog
De hoofdman in Kapernaum

De hoofdman in Kapernaum

Het is bekend dat tijdens het leven van Jezus het Romeinse rijk zich uitstrekte tot voorbij Jeruzalem. In die tijd waren er ongeveer 10.000 manschappen verdeeld over Judea en Samaria. Ook in verschillende evangeliën komen we de romeinse overheersers tegen.

In dit tekstgedeelte (Lukas 3 en 7, Mattheüs 8 en 15, Handelingen 10) wordt gesproken over een Romeinse soldaat, een hoofdman over honderd. Om hoofdman of centurio te kunnen worden, moet deze man al een lange staat van dienst hebben gehad. Aannemelijk is dat de persoon al veel heeft meegemaakt, zoals inzet bij conflicten, want hij is immers soldaat. Tevens zal hij ook de bestuurlijke kant hebben ervaren door regels en wetten die door de keizer werden opgelegd, en moesten worden uitgevoerd. Kortom, waarschijnlijk een sterk persoon met veel levenservaring voor die tijd.

Wat zijn status op het moment is van de ontmoeting met Jezus wordt niet omschreven, maar het was gebruikelijk dat na je officiersdienst afscheid kon nemen van het Romeinse leger. Als waardering kreeg je een stuk land of, in latere periodes, een aanzienlijk geldbedrag om jezelf mee te kunnen onderhouden. Vermoedelijk was het laatste in ieder geval mogelijk omdat de hoofdman een Joodse synagoge heeft laten bouwen.

Uit dit feit blijkt dat de man veel contact had met de Joden in Kapernaüm want het bouwen van een synagoge vergt de nodige voorbereiding. Op zich een vreemde situatie dat de hoofdman op deze manier contact had met de Joden; hij was immers en van de overheersers en getuige de grote aanwezigheid van soldaten in de streek bleek dat het niet altijd vanzelf ging tussen de Joden en de Romeinen.

Toch is er een band ontstaan tussen hem en de Joodse gemeenschap. Ik kan mij zo voorstellen dat het geloof van de Joden en hun omgang met God hem misschien anders heeft doen gaan denken. Wellicht was hij zich ervan bewust geworden dat er naast keizerlijke vereringen een echte levende God is en was hij op deze manier een godvrezend man geworden die meeleefde met de Joodse gemeenschap in Kapernaum.

Buiten het feit dat hij een goede tijd heeft gehad - het zat hem mee in zijn militaire loopbaan - zijn er toch zorgen. Zijn knecht is ziek, ernstig ziek. Ik ga ervan uit dat hij al verschillende dingen heeft geprobeerd om de knecht er weer bovenop te krijgen. Hij heeft, denk ik, ook zo zijn contacten op militair gebied. Tot op heden heeft dat niet geholpen.

Het contact met de Joodse gemeenschap in zijn woonplaats heeft er voor gezorgd dat Jezus ook in zijn vizier is gekomen. Er zullen ongetwijfeld gesprekken hebben plaatsgevonden over Jezus’ kennis en vooral Zijn wonderen.

Toch lijkt het voor hem een probleem te zijn om zelf Jezus te benaderen. Wat zit hem dwars? Is het zijn afkomst, of misschien zijn verleden dat hem doet twijfelen?

Om toch in contact te komen met Jezus zonder direct afgewezen te worden laat hij de oudste van de Joden om hulp vragen. Hij acht de kans groter dat er op zijn verzoek wordt ingegaan dan dat hij zelf zou gaan. Maar niets is minder waar: aan zijn vraag wordt gehoor gegeven. En niet zomaar - Jezus komt hoogstpersoonlijk naar hem toe.

Opnieuw baart het hem zorgen om Jezus te ontmoeten, wederom stuurt hij mensen (zijn vrienden), om uitleg te geven dat hij het niet waardig is om Jezus te ontmoeten. De uitleg daarbij is dat het niet nodig is om U te ontmoeten; als U zegt dat hij beter wordt dan zal dat zo zijn. Daar ligt mijn vertrouwen, net als het vertrouwen dat ik heb in mijn soldaten als ik hen opdrachten geef.

Jezus is verwonderd over de hoofdman en zijn geloof in Hem en deelt dat ook met de omstanders. waarom deze man wel, waarom jullie niet die al zoveel over mij weten! Waar is jullie geloof?

De knecht van de hoofdman is terstond genezen. Veel woorden van Jezus zijn niet nodig, het geloof in Hem is voldoende.

Het moet een bijzonder moment zijn geweest in het huis van de hoofdman. Een van zijn dierbaren is genezen terwijl ze de hoop al bijna hadden opgegeven. Wat een dankbaarheid en blijdschap zal de hoofdman hebben uitgestraald - dat kan haast niet anders.

Een van de dingen die mij opvalt is de band tussen de hoofdman en de Joodse gemeenschap. Hoe is het zo gekomen dat de hoofdman betrokken was bij de bouw van de synagoge? Stel je voor hoe anders het had kunnen zijn als hij niet over Jezus of God had gehoord. Dan was er waarschijnlijk geen vreugde in het huis geweest.

Kunnen we wat van deze Joodse gemeenschap leren? Is het hun levenshouding geweest die de aandacht van de Hoofdman heeft getrokken? De omgang met hun naaste, zou er veel gesproken zijn over het geloof onderling, over God en Jezus? Doen we dat vandaag, ook spreken we met onze naasten over het geloof? Laten we merken dat het belangrijk is voor ons, dat het ons houvast is en bovenal, delen we ook met onze naaste dat God aan een ieder Zijn ontferming aanbied?

De hoofdman twijfelt. Is dat ook voor mij bedoeld, mag ik ook delen in Zijn genade? Zo’n grote Man met zulke wonderen, ik ben niet eens Joods, ik ben een overheerser notabene. De hoofdman is zich er goed van bewust dat er een enorme kloof is tussen hem en Jezus. Maar toch probeert hij het, het is zijn enige redding. Hij staat er overigens niet alleen voor: het zijn zijn kennissen en vrienden die hem helpen om dichterbij Jezus te komen.

Helpen wij ook zo onze naasten als ze moeite hebben om hun nood bij Jezus neer te leggen? Als er wordt gedacht dat hun zorgen te groot zijn voor Jezus genade? Als er angst is dat Jezus aan hen voorbij zal gaan?

Niets is minder waar: Jezus neemt de tijd en luistert naar het verhaal van de oudsten. Hij is bereid om mee te gaan, om hulp te bieden, om de hoofdman werkelijk te helpen. Jood of geen Jood, als het vertrouwen daar is, als je je werkelijk klein durft te maken voor Hem, is zijn genade groot. Weten wij nog hoe dat moet, jezelf klein maken, zien wij nog hoe groot God is?

Zingen: Psalm 56 vers 5 (Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord)
Mattheüs 8 vers 5 t/m 13 de hoofdman in Kapernaüm
Mattheüs 15 vers 39 een andere hoofdman bij het kruis. Werkelijk, deze mens was Gods Zoon!
Lukas 7 vers 1 t/m 10 de hoofdman over honderd
Lukas 3 vers 14 de romeinse soldaat die vraagt wat moeten wij doen?
Handelingen 10 de hoofdman Cornelius

Over de auteur

Meditatie Kerkenraad

Reactie op deze blog
Delen